• Afdrukken

TIBIAKOPOSTEOTOMIE / STANDSCORRECTIE VAN HET ONDERBEEN 

      

Introductie 

Meestal zit slijtage ("artrose") het eerst aan de binnenkant ("mediaal") van de knie. Als er sprake is van een relatief jonge leeftijd (tot ongeveer 60-65 jaar), er een O-been stand van het been is en slechts de helft van de knie onderhevig is aan slijtage, dan kan een tibiakoposteotomie een goede optie zijn. Zeker als pijn als gevolg van de slijtage duidelijk op de voorgrond staat en u hierdoor beperkt wordt in het dagelijks leven. U behoudt hiermee alle belangrijke eigen structuren in de knie.

Behandeling 

De operatie duurt ongeveer 1 uur en kan plaatsvinden met behulp van een ruggeprik ("spinaal") of algehele verdoving. De dag na de operatie kunt u alweer naar huis. Een tibiakoposteotomie is een operatie waarbij het bovenste gedeelte (kop) van het scheenbeen (tibia) bijna helemaal wordt doorgezaagd ("osteotomie"), er een wigje (kunstbot) tussen de twee botdelen wordt geplaatst, waarna het doorgezaagde bot weer wordt vastgezet met behulp van een plaat en schroeven. Met deze operatie wordt een veranderde stand van het been verkregen, zodat het gedeelte van de knie belast wordt dat tot nu toe niet of verminderd aan slijtage onderhevig is geweest. Op deze manier wordt het slechte deel van de knie juist ontlast en doet om deze reden minder pijn. Een jaar na deze ingreep, moet de plaat weer worden verwijderd. Het doorgezaagde deel waar het wigje tussen gezet is, is dan meestal helemaal doorgebouwd met nieuw bot. 

VOOR OPERATIE NA OPERATIE

Resultaat

Sommige patienten hebben na een tibiakoposteotomie nooit meer een prothese nodig. Dit doel is echter lang niet altijd haalbaar. Meestal gaat het om uitstel van het plaatsen van een prothese. Mocht u op langere termijn na deze ingreep alsnog opnieuw pijnklachten krijgen, dan is het plaatsen van een halve of hele knieprothese altijd nog mogelijk. Het voordeel van dit uitstel is dat een eventuele revisie van een halve of hele knieprothese in de toekomst niet nodig is. De levensduur van een prothese is niet per definitie levenslang, dus bij het plaatsen van een prothese op latere leeftijd is de kans groter dat deze nooit aan een revisie (wissel van de prothese) toekomt.

Resultaat na de standscorrectie. Voor de operatie ligt de belastings-as
(lijn door het midden van de heup naar het midden van de enkel) mediaal
en na de operatie is deze naar lateraal opgeschoven. Het pijnlijke mediale deel van de knie wordt zo ontlast. 

Nabehandeling

U verlaat de kliniek met twee krukken en drukverband, dat 48 uur aanwezig moet blijven. Volledige belasting van de knie is de eerste zes weken na de operatie niet toegestaan. Belasting van de knie in de eerste zes weken kan ervoor zorgen dat de plaat met schroeven uitbreekt. De knie mag wel normaal bewogen worden na de operatie, door zwelling is dit vaak echter niet gelijk volledig mogelijk. U krijgt pijnmedicatie mee voor thuis, maar het kan gebeuren dat u niet helemaal pijnvrij zult zijn. Het is normaal dat het been na de operatie in enige mate gezwollen is. De knie zelf blijft vaak nog weken in enige mate dik. De hele herstelperiode varieert per patiënt. Sommige patiënten kunnen na zes weken vrij snel weer normaal lopen, anderen vinden het belasten van de knie echter pas minder pijnlijk worden na drie maanden. Het eindresultaat is eigenlijk pas bereikt als de plaat weer verwijderd is, want ook de plaat zelf kan soms pijnklachten veroorzaken (doordat deze plaat erg dicht onder de huid zit, ter hoogte van de binnenzijde van het scheenbeen). Na de eerste zes weken wordt u begeleid door een fysiotherapeut om weer een optimale functie van de knie te verkrijgen.

Complicaties

Wondinfectie, trombose, gevoelloosheid/ doof gevoel rond het litteken. Soms is dit tijdelijk, maar het kan ook blijvend zijn. Slechte doorbouw van de osteotomie; een hele enkele keer verloopt de doorbouw van het doorgezaagde deel met daartussen het wigje erg langzaam. Dit kan behandeld worden met een botstimulator, maar soms moet de patiënt weer een nieuwe operatie ondergaan waarbij gekeken wordt of dit gedeelte inderdaad niet goed vast is gegroeid en of het nodig is een stukje eigen bot (uit de bekkenkam) erbij te plaatsen om het wel goed te laten vastgroeien. Als dit laatste het geval is, zal de plaat pas in een later stadium verwijderd kunnen worden. Slecht effect op de pijnklachten; Soms is er een jaar na de ingreep in meer of mindere mate nog steeds sprake van dezelfde klacht als voor de ingreep. In dit geval is de knie blijkbaar meer versleten dan gedacht en neemt de verminderde belasting op het slechte deel van de knie niet genoeg klachten weg. In een dergelijke situatie is het plaatsen van een halve of hele knieprothese eerder aan de orde dan normaal gesproken.